Mijn ouders zaten drie weken op Bonaire in een oppashuis van vrienden. 'Waarom kom je niet een weekendje,' werd mij gevraagd. 'Dat is gezellig.'
Gezellig? dacht ik. Ik was er 21 jaar niet geweest. Ik heb hele mooie jeugdherinneringen aan Bonaire en tienerherinneringen uit de tijd dat ik nog 'snel en goed genoeg' was om op de boot van mijn pipa mee te mogen varen met de Regatta. Herinneringen die ik graag zo wilde houden.
Niks gezellig. Ik vond dat voorstel doodeng. Bonaire is veranderd. Tenminste dat hoor en lees ik dan. Sinds het proces van de Antillen-ontmanteling zijn intrede heeft gedaan. Bij ons op Curacao staan Bonairianen bekend als rustige, easy going mensen. Dorpeling eerder dan stadsmens. Vissers, natuurmensen, levenskunstenaars die met heel weinig tevreden zijn. Die Bonairiaan, werd mij verteld, is niet meer zichtbaar op Bonaire. Een grote al dan niet tijdelijke emigratie van Nederlanders bepaalt nu het straatbeeld van Bonaire.
Gezellig of niet gezellig, mijn nieuwsgierigheid won en ik ben in het vliegtuig gestapt. Flamingo airport stond er in elk geval nog zoals ik me dat herinnerde. De Bonairiaanse douaniersdame waar ik mijn papieren aan overhandigde vertelde ik dat ik heel lang was weggeweest en dat ik een beetje huiverig was. Onomwonden fluisterde ze me toe: 'Kos ta malu' oftwel 'het gaat slecht' .
Bij het oppashuis kon ik uitkijken over Kralendijk. Heel prachtig. Ik keek naar de zee en voelde de rust. Ja, dit kende ik van Bonaire. Deze rustgevende stilte die je als vanzelf kalm maakt. Een 'go with the flow' gevoel gemixed met een tijd die stil lijkt te staan. Alles vergeten en alleen maar zijn. So far so good.
's Avonds zijn we heel even Kralendijk ingelopen voor een ijsje. Door een straat met een naam waarmee ik verbonden ben. Grappig, ik keek omhoog en zag waar we liepen.
Het beeld in de stad voldeed inderdaad aan het mij reeds eerder geschetste scenario. Heel veel Nederlanders en spaanssprekende dames achter de bar. Waar zijn de vissers, vroeg ik me af. En de gezinnen die 's avonds buiten zitten? De huizen aan de kust van kralendijk zijn niet meer van Bonairianen. Huisjes worden gesloopt om plaats te maken voor appartementencomplexen. En restaurant Zeezicht heeft tegenwoordig airco.
Dingen veranderen. Beweging is een gegeven. Dat gaat zo, dat hoort zo. Maar toch, mijn hart deed een beetje zeer.
De volgende morgen zijn we op een roadtrip gegaan. Keiru na Boneiru. Kijken hoe het er verder was. De weg langs de kust kun je niet meer helemaal uitrijden. Er zit een bouwproject tussen. Ik zie ook leegstand. 'Sommige mensen komen op vakantie en vinden het geweldig. Dan willen ze op Bonaire wonen en kopen een huis. Ze gaan er wonen en dan blijkt dat het wel heel erg rustig is op het eiland. Te rustig. Zo rustig dat je er gek van wordt. En dan wordt zo'n huis na een poosje weer te koop gezet.' Zo word mij uitgelegd. Hmm, denk ik.
We rijden dus langs de kust...
... naar landhuis Karpata.
Er werd iets met Aloe gedaan vroeger. Buiten het terrein staat nog een soort oven.
We reden door. Op weg naar het washingtonpark. Naar het Gotomeer.
En daar zag ik hem:
Deze agave, helemaal gegraveerd met namen door mensen die denken zich daarmee voor eeuwig te hebben vastgelegd. Uit de agave groeide reeds het nageslacht waarmee de dood van de moederplant aangekondigd wordt. Zij zal sterven om haar jongen leven te geven. Met haar sterven ook alle ingekerfde namen. Ik denk aan de mensen die Bonaires rust niet kunnen verdragen en hun huis weer verkopen. En ik moet lachen... want wat wij mensen ook verzinnen aan verander- en verbetering, het is Bonaire dat blijft, lang nadat wij al zijn vertrokken.
Uiteraard moest en zou ik ook nog even kijken bij Lac. In mijn jeugdherinnering een enorme blauwe vlakte ondiep water in ongerepte natuur. Een karkas van een hotel stond er. Een mislukt avontuur van iemand. Als een spook of een waarschuwing voor de mens. 'Kom niet aan mij' zoiets leek Lac te willen zeggen. Ik weet nog dat ik dat dacht. En natuurlijk horen bij Lac ook de bergen met leeggehaalde karko's. Het was voor ons als kinderen de kif om er een te vinden zonder gat. Een gave, vergeten karko die als prijs mee naar huis werd getroond. Als toegift kregen we daar dan vaak een verrottingsgeur bij. Maar dat verhielp je door de karko uit te koken. Maar goed, Lac zoals ik het kende zag er ongeveer zo uit:
De realiteit van nu is iets anders:
Het Lac-meer van Bonaire is uitgeroepen tot een van de beste windsurfgebieden van de wereld. Ik heb fantastische freestylers aan het werk gezien. Wereldkampioenen, gewoon zo voor je neus.
En aan de andere kant van het meer daar lagen ze nog. De eigenlijke echte reden waarom ik naar Lac toewilde:
Ik was helemaal gelukkig. Hoewel mij de karkobergen kleiner leken dan vroeger. Maar dat zou natuurlijk ook kunnen komen omdat ik in de tussenliggende jaren groot ben gegroeid. Ter afscheid van Lac wierp ik nog een blik op de machtige zee die het meer instroomt.
Onderweg naar het Washingtonpark reden we langs een erf dat direct mijn aandacht trok. 'Stoppen,' riep ik. Ik wil foto's maken.
Hier moest een kunstenaar aan het werk zijn geweest. Ik stond voor een heuse Bonairiaanse installatie.
Flessen, oude transistorradio's, nummerborden, ondergoed, voetbalshirt... Ik fotografeerde en probeerde de link in het geheel te vinden.
De installatie bleek door te lopen. Ook in de boom voor het erf hing van alles.
En daar in die boom vond ik de link waar ik naar op zoek was:
Terug op Curacao besloot ik te bellen. (Stom, ik had er niet aan gedacht dat op Bonaire te doen) De telefoon werd opgenomen door Wibo Rames. Ik was de eerste die belde, dat had nog nooit iemand gedaan.
Wibo vertelde me dat hij geen kunstenaar is maar metselaar en timmerman. Zijn installatie is gewoon 'iets leuks' voor de toeristen. Wat hij vindt hangt hij op of spijkert hij vast.
Wibo is geboren en getogen op Bonaire, woont bij zijn moeder en heeft er nooit aan gedacht ergens anders dan op Bonaire te gaan wonen. Hij is voetbalveteraan en speelt elke zaterdagmiddag. Met zijn voetbalteam is hij wel op reis geweest. Zd Amerika, Suriname, Santo Domingo.
'Jammer, dat je op Curacao zit. De volgende keer dat je op Bonaire bent moet je me bellen. Dan maak ik leguanensoep voor je.' Daarmee sloten we af. En ik kan me wel voor mijn kop slaan dat ik in Bonaire zelf niet al gebeld heb. Dan had ik in elk geval een echte Bonairiaan ontmoet.
Ongeveer een vijfde deel van Bonaire is beschermd natuurgebied. De laatste eigenaar heeft dat zo bedongen. De man moet een visionair zijn geweest. Het is er prachtig. Ongerept. En het beste ervan vind ik dat wij mensen er echt alleen maar naar mogen kijken. 'Handjes thuis' en genieten.
Vlak naast Flamingo airport ligt de donkey farm. Een reservaat waar de ezels vrij rond kunnen rondlopen, zoals ze dat vroeger gewoon over heel Bonaire deden. Meer dan 400 ezels zitten er. En aangezien wij allemaal van dieren houden hebben we dit ezelreservaat opgezocht.
Met de auto mag je naar binnen rijden. Heel rustig. Heel voorzichtig want zodra je over de rasters rijd gebeurt er zoiets als dit:
Wie het leuk vindt draait zijn ramen wijdopen en vindt in drie seconden een ezelskop op ooghoogte.
Fluweelzacht zijn ze. Met hele mooie ogen die je doen vermoeden dat ze familie van de koe of de giraf moeten zijn... ergens in de loop van de evolutie zijn ze gewoon in ezels veranderd.
En nieuwsgierig zijn ze ook. Ze lopen mee met de auto, gaan er regelmatig voor lopen. En vergis je niet: Wij zijn de bezienswaardigheid.
Maar ongeacht hoe leuk dit is voor toeristen en misschien ook wel voor al die ezels:
Ik zie ze toch nog steeds het liefste gewoon vrij in de mondi staan.
En na dit uitstapje zijn we weer terug naar huis gegaan. Maar Bonaire, ondanks alle veranderingen, wat heb ik van je genoten.
Met stap 1 en stap 2 reeds achter de rug zette mijn zoon in januari stap drie en vier voor een medaille in de vijfkamp. Uiteraard ging ma weer mee. Het betrof de hindernisbaan en een atletiekparcours deze keer. Een spekkie naar het bekkie van mijn zoontje. Allemaal leuk, allemaal goed te doen.
Een hindernisbaan, vergooien, 50 m hardlopen, verspringen en twee rondjes om SDK. 'Ik kwam als tweede binnen, mam.'
Nu alleen nog een wandelmars te gaan. Het is bijna jammer dat de medaille dan binnen is.
In een eerdere blogpost deed ik verslag van een vriendin die via een contactadvertentie op zoek ging naar een 'echte' man. Ik sloot dat bericht af met de mededeling dat ene Juan, Ignatio en Wilhelm overgebleven waren en dat wij in de selectieprocedure zaten.
Welnu, hier volgt het vervolg van dat avontuur.
Mijn vriendin maakte een afspraak met elk van de drie heren. 'Alsjeblieft wel in een openbare gelegenheid,' riep ik. 'Je kunt nooit weten.'
Met Juan ging ze koffiedrinken. Op zijn verzoek bij de Kentucky op Sta Maria. Juan bleek van meer dan alleen koffiedrinken bij de KFC te houden. Hij was enorm en vertelde dat hij last had van zijn knieen. Hij was daardoor nu even a.o. In het hoofd van mijn vriendin knalde het plaatje van samen dansen uit elkaar.
Met Ignatio, die aangaf van cultuur te houden, maakte ze een afspraak om naar een ka'i orgel concert te gaan. Ze kocht twee kaartjes en wachtte bij de ingang op hem. 'Ik zal een witte sombre dragen,' had Ignatio gezegd. Mijn vriendin wachtte een uur. Geen ignatio. Zijn telefoon nam hij ook niet op. Na anderhalf uur verkocht ze het kaartje aan iemand anders. Ze heeft geprobeerd om toch nog van het concert te genieten.
Wilhelm maakte zelf een afspraak met haar. 'Ik wil je erg graag zien en spreken.' Hij nodigde haar uit voor een drankje in de stad. Het werd een gezellige avond waarin hij meer dan eens belangstellend vroeg: 'Wie is die man die jou net groette.' Stralend vertelde mijn vriendin dat het echt erg leuk met Wilhelm was. Totdat bleek dat hij haar om het uur belde om haar gangen na te gaan. Dat hij bij haar huis postte. Dat hij op haar werk verscheen om haar te escorteren. Mijn vriendin rook 'stront aan de knikker' en vertelde Wilhelm dat ze er genoeg van had.
Samen namen we de schade door en bespraken we de opties. Juan konden we altijd nog op een streng dieet zetten. Ignatio kreeg geen tweede kans. Hij beweerde van een steiger gevallen te zijn, net op het moment dat zij hem probeerde te bellen. Op de vraag wat hij op een steiger deed terwijl hij een afspraak had met haar wist hij geen antwoord te geven. En Wilhelm zouden we in therapie moeten doen vanwege zijn bezitterigheid. Mijn vriendin keek me aan en zei: 'Ik ben zestig. Ik heb geen tijd meer om dit af te wachten.'
Aldus was ons experiment mislukt. Tenminste dat dachten we toen. Maar er was 'iets' nieuws gebeurd met mijn vriendin. Er was een klein vuurtje in haar onstaan. De contactadvertentie had dat eigenlijk alleen maar aangewakkerd. Mijn vriendin stond na jaren alleen te zijn geweest weer open voor de liefde. En dat was alles dat cupido nodig had.
Een maand geleden liep ze bij haar moeder thuis aan tegen een vriendje uit haar jeugd. Pacheco, die ze al kende vanaf de kleuterschool. Hij was net terug uit Nederland en kwam groeten. Met groeiende verbazing hoorde hij haar verhaal aan. Hij schudde zijn hoofd, hakkelde en stotterde. Hij kleurde dieper en dieper rood. En uiteindelijk deed hij zijn mond open.
Pacheco hield al van haar vanaf de eerste dag dat hij haar gezien had, als kleuter. Maar hij was verlegen en durfde nooit iets te zeggen. In hun tienerjaren hield hij van haar op afstand. Hij zag haar omringd door anderen en nam genoegen met een vluchtige blik of een lach. Op zijn negentiende besloot hij op te staan en haar aan te spreken. Hij liep naar haar ouderlijk huis om te ontdekken dat zij net een dag of wat eerder naar Nederland was vertrokken.
De jaren dat hij ook in Nederland woonde ging hij naar haar op zoek. Zij was inmiddels getrouwd, had twee kinderen en was naar St Maarten verhuisd. Na dit bericht gaf hij het op maar droeg haar altijd op een speciaal plekje in zijn hart.
Mijn vriendin had haar mond heel ver open hangen toen hij haar dit allemaal vertelde. Pacheco praatte en ratelde door nu hij eindelijk kon zeggen wat hij al jaren eerder had willen doen. Toen hij stilviel wilde ze nog maar een ding vragen: 'Pacheco, hou je van dansen?' En Pacheco stond op, nam haar in zijn armen en fluisterde 'Kon por laga' in haar oor.
Naam kunstwerk: Haitie, lam van God. Kunstenaar: Ariadne Faries
Verschillende kunstenaars hebben de handen ineen geslagen om op 4 februari te Gallery Alma Blou een veiling te houden ten bate van Haitie. Een initiatief van (levens)kunstenaar Philippe Zanolino. De opbrengst van de veiling gaat via het Rode Kruis naar Haitie.
Ariadne's werk voor deze gelegenheid raakte me heel diep en inspireerde me tot de volgende woorden:
Het naakt van Haïtie
Naakt
zonder weerstand
zonder huid
Naakt dat
ontroert en
diep ontgoochelt
Mensenspiegel
van alle facetten
die wij zijn
als ook wij
ons binnenste
naar buiten
moeten keren
Geen oordeel
of verdoemenis
geen oorzaak
of gevolg
geen waarschuwing
straf of schuld
Niet hier
Niet nu
Niet voor hen
En niet voor ons
Net als zij
zijn wij
slechts lammeren
in de armen
van een God
die enkel liefheeft
De uitslag van de statenverkiezing laat zien dat wij onverdeeld verdeeld zijn gebleven. De helft van de zetels gaan naar de coalitie. Zeven om zeven. Grote verliezer is de FOL met aanvoerder Anthony Godett. De derde coalitiepartij werd weggevaagd deze keer. Iemand gaf daarover uiting aan zijn frustratie of aan zijn leedvermaak. Wie zal het zeggen?
Aanvankelijk las ik 'Godett si ta traha arepa' . (ik reed erlangs) Tot mijn grote hilariteit. Ik zag hem al staan: in de keuken met een schort voor en een koekepan. Moedertaalvriendinnen legden mij uit dat deze uitdrukking wordt gebruikt om lesbische vrouwen mee aan te duiden. Waarop de hilariteit uiteraard alleen maar groeide.
Uit nader onderzoek bleek echter dat er geen 'arepa' maar 'repa' stond hetgeen een vulgaire uitdrukking is voor mislukken. Any way de boodschap was duidelijk en ik heb er weer wat bijgeleerd.
Voor wie het 'leuk' vindt: Download voorlopige_uitslag_per_kandidaat_statenverkiezing_2010.xls
Laatste reacties